Platformbijeenkomst 29-09-10: Update epidemiologische projecten: wat weten we wel, wat nog niet?
05-11-2010UTRECHT - Rond de behandeling van ouderen met kanker zijn veel vraagstukken nog niet opgehelderd. Ter oriëntatie maakten dr. Maryska Janssen-Heijnen (senior-onderzoeker IKZ) en prof. dr. Jan Willem Coebergh (sectorhoofd Onderzoek IKZ) op 29 september de balans op tijdens de platformbijeenkomst van GeriOnNe. Wat weten we wel? En wat weten we nog niet?
Uit de presentatie van dr. Maryska Janssen kwam naar voren dat vaststaat dat er in Nederland steeds meer ouderen komen met kanker. Van de patiënten ouder dan 65 jaar zal circa zeventig procent te maken krijgen met comorbiditeit en bijkomende ziekten zoals cardiovasculaire aandoeningen, COPD, diabetes en dementie. Daar staat tegenover dat leeftijd en comorbiditeit géén invloed hebben op behandelingen met een laag risico (bijvoorbeeld operatie borstkanker) of onvermijdelijke operaties waarvoor geen alternatief voorhanden is (bijvoorbeeld coloncarcinoom)
Wél invloed
Leeftijd en comorbiditeit hebben echter wél invloed op het ondergaan van aanvullende behandelingen (bijvoorbeeld adjuvante chemotherapie bij coloncarcinoom), het krijgen van een alternatieve, minder toxische behandeling (bijvoorbeeld radiotherapie bij niet-kleincellige longkanker (NSCLC)), en het ondergaan van een toxische behandeling of prognose van korte levensverwachting (bijvoorbeeld CHOP NHL of CE/CDE SCLC). In de praktijk passen artsen daarom de behandeling van ouderen met kanker vaak aan wanneer ernstige toxiciteit wordt verwacht.
"Wat we dus weten, is dat de overleving van oudere patiënten wordt beïnvloed door leeftijd en comorbiditeit, behalve bij lethale tumoren. We weten ook dat de overleving wordt beïnvloed door de therapie. Zelfs na correctie voor leeftijd, comorbiditeit, functionele status, etc.", aldus dr. Maryska Janssen.
Wat weten we nog niet?
Het antwoord op de vraag welke ouderen in staat zijn een therapie succesvol te ondergaan en af te ronden, valt volgens haar op dit moment nog niet eenduidig te geven. Onbekend is bijvoorbeeld welke items uit de comprehensive geriatrisch assessments (CGA's) belangrijke predictoren zijn voor het verdragen van een behandeling. Ook de interacties met andere geneesmiddelen is nog niet helder.
Onduidelijk is ook wat de invloed is van de verminderde nierfunctie van ouderen op de dosis chemotherapie of de invloed van (behandeling van) kanker op behandeling en beloop van bijkomende ziekte(n). "Juiste 'selectie' van ouderen vóórafgaand aan de behandeling is dus zeer belangrijk om te voorkómen dat fitte ouderen onderbehandeling krijgen en om te voorkómen dat fragiele ouderen overbehandeling ondergaan", aldus dr. Maryska Janssen. En boven dit alles hangt altijd de overkoepelende vraag welke invloed een behandeling heeft op de kwaliteit van leven van ouderen.
Belangrijke aandachtspunten
Bij het vinden van een antwoord op deze complexe vragen is het volgens de onderzoekers van het IKZ belangrijk om rekening te houden met belangrijke aandachtspunten zoals ondervoeding en toenemende obesitas. Om tot een optimale behandeling te komen, is het verder van belang om de performance status vast te stellen door middel van een CGA en deze structureel vast te leggen. "Dit vergt een goede infrastructuur met gespecialiseerde geriatrisch oncologieverpleegkundigen en korte lijnen tussen disciplines. Ook met diëtisten en sociaal werkers", aldus dr. Maryska Janssen.
Prof. dr. Jan Willem Coebergh merkte op dat deelname van ouderen aan klinisch vergelijkend onderzoek absoluut prioriteit dient te krijgen. "Dat deelname van ouderen aan onderzoek in ziekenhuizen tot dusver niet van de grond komt, lag altijd aan gebrek aan geriatrisch en/of oncologisch verpleegkundigen. Als die er niet waren of wanneer zij wegvielen om welke reden dan ook, dan stokte het weer. Dat dient absoluut prioriteit te krijgen.
Een tweede punt waar we meer rekening mee moeten houden, is dat naarmate patiënten ouder worden zij ook een individueler, verschillend medisch patroon krijgen. Dat betekent dat we te maken krijgen met meer ‘unieke gevallen', maar dat het per ziekenhuis vaak maar om één of twee van deze unieke patiënten zal gaan. Om de behandeling van deze patiënten te verbeteren, zullen ziekenhuizen hun krachten moeten gaan bundelen."
Kwaliteit van leven centraal
Bij het maken van een afweging wat de beste behandeling is, dient te allen tijde de kwaliteit van leven centraal te blijven staan. Dit geldt in het bijzonder ten aanzien van de behoefte van ouderen om zo lang mogelijk onafhankelijk te blijven. Ook aandacht voor goede ‘social support' in de directe omgeving van de patiënt speelt daarbij een belangrijke rol. "Een geriater ziet dingen in een sociaal netwerk waar wij, oncologen, vaak geen oog voor hebben. Supportive care is voor ouderen essentieel", aldus directeur dr. Janny van den Eijnden van het IKZ.
Meer informatie over epidemiologische projecten over ouderen en kanker zijn verkrijgbaar bij dr. Maryska Janssen-Heijnen en prof. dr. Jan Willem Coebergh, tel. 040 - 297 16 16.
